ECHTE DEMOCRATIE IS MEER DAAN EEN RECHTSTAAT

Door: Peter Pappenheim

INHOUDSOPGAVE

A) INLEIDING: Onze huidige democratie balanceert op de randvan de afgrond.

B) DAT IS ECHTE DEMOCRATIE!
B1) Democratie verwijst naar de wijze waarop een gemeenschap kan worden georganiseerd.
B2) Een echte Contract Theorie: overeenkomst i.p.v. macht
B3) Een rechtstaat is nog geen democratie
B4) Alleen als gemeenschap kan een democratie overleven  en floreren.
B5) Democratie gaat voor de economie en haar motor: concurrentie.
B6) Populisme en directe democratie met het referendum als haar
wapen, zijn fataal voor een democratie.
B7) Democratie is geen exportartikel

C) NAAR EEN GEZONDER EN MEERBELOVENDSYSTEEM.
C1) Een gezamenlijk doel
C2) Partijen in een echte democratie
C3) Democratie als gemeenschap is geen mooie droom, maar een opdracht
C4) Het grootste hindernis is de concurrentie binnen ons bestuur.

D) DE WEG NAAR EEN OVEREENKOMST
D1) De taal.
D2) Kosmologie, de feiten

E) WERK AAN DE WINKEL.

F) ZAL HET LUKKEN?

_________________________________________________________________

A) INLEIDING: ONZE HUIDIGE DEMOCRATIE
BALANCEERT OP DE RAND VAN DE AFGROND.

Wij worden bedolven onder een stortvloed van boeken en artikelen die de teloorgang van onze democratie en van de EU voorspellen en betreuren. De schuldigen: de onbekwame, machtswellustige en zakkenvullende politici die aan het leiband lopen van het grootkapitaal, en die machteloos zijn om daaraan iets te kunnen doen.

Dit onbehagen over onze democratie dateert niet van vandaag of gisteren. D66 is al vijftig jaar geleden opgericht omdat men ontevreden was over haar functioneren. De afdeling Rotterdam diende op het congres 1968 een resolutie in met de opdracht aan het hoofdbestuur om een pamflet te maken waarin ook voor de politiek ongeschoolde kiezer duidelijk word gemaakt wat zij wil en wat zij onder democratie verstaat. Deze resolutie is bij acclamatie aanvaard, door het bestuur overgenomen, maar nooit uitgevoerd.

Zolang er geen overeenstemming heerst over wat wij willen als wij kiezen voor democratie zal de onvrede met de politiek ongeremd voortwoekeren. Populisten krijgen vrij spel om de huidige vertegenwoordigende democratie te ondermijnen ten gunste de directe democratie met haar aantrekkelijke strijdkreet  “regeren van  het volk, door het volk en voor het volk”. Hoofdwapen: referendum. Aangezien het onmogelijk is om in een huidige maatschappij alle besluiten via referendum te nemen moet iemand aan de top staan die ‘namens en voor’ het volk besluiten neemt. Meestal is dat een gewiekste, kracht uitstralende, machtsbeluste, narcistische volksmenner met talent om een massa mee te slepen, en die al die zakkenvullers, machtsbeluste, incapabele en onbetrouwbare politici eruit zal gooien. Tenzij tijdig afgestopt, leidt Populisme onherroepelijk tot de een of andere vorm van dictatuur, en aldus tot de ondergang van de democratie, zie Trump, Putin, Hitler, Stalin, Erdogan en – op de weg ernaartoe – Victor Orban. Kenmerken van deze redders van het volk zijn wonderbaarlijke maar niet concrete beloften (maak ons land weer groot, geef ons onze autonomie terug, etc.).  Zij zetten de waarheid na hun hand en maken tegensprekers mond- of helmaal dood. Zij kunnen dat rustig doen, want de enige erkende autoriteit is ‘het’ volk, en dat bestaat niet, alleen burgers bestaan. Aldus heeft populisme vaste grond onder de voeten gekregen in vrijwel alle westerse democratieën.

Hoe heeft deze chaos kunnen ontstaan? Kunnen wij geen capabele en integere politici kiezen? In dat geval zou benomen via een loterij (een voorstel van Paul Lucardie) het proberen waard zijn. Een meer voor de hand liggende verklaring is dat ons huidige partijsysteem dat steunt op de macht van de “de-helft-plus-één”  ten koste van de-helft-min-één, niet werkt. Een mensenmaatschappij is een levend systeem. Begrijpen van een onderdeel van zulk een systeem of van een van zijn aspecten begint met het vaststellen van waarover men praat, met name zijn functie, zijn doel, in dat systeem. Zonder de houvast van een algemeen aanvaard richtinggevend doel, zonder een paradoxvrije, effectieve en algemeen aanvaardbare definitie van democratie als referentiepunt, is goed regeren onmogelijk en zal onze democratie ten onder gaan. Dat doel en die definitie zijn er.

B) DAT IS ECHTE DEMOCRATIE.

B1) Democratie verwijst naar de wijze waarop een gemeenschap kan worden georganiseerd. Wil een democratie floreren dan moeten al haar burgers dezelfde soort gemeenschap willen, en dat is dan ‘de’ volkswil. De eerste stap in de ontwikkeling van een echte democratie is dus het vaststellen in wat voor soort gemeenschap alle democraten willen leven. Alle mensen willen leven in een levensvatbare en zo mogelijk welvarende gemeenschap. De taak van haar bestuur is om het daarvoor nodige samenleven en samenwerken te waarborgen. Democratie onderscheidt zich van alle andere vormen van organisatie door het beginsel van subjectieve gelijkwaardigheid van al haar burgers, van alle democraten. In gewone taal: “voor de wet is iedereen gelijk”. Een democratische gemeenschap wordt niet geregeerd door keizer, koning, dictator, idealen, religie, en ook niet door een meerderheid, zij moet worden bestuurd door via het volk gekozen bestuurders, die voor zover mogelijk al haar burgers en hun belangen vertegenwoordigen. Het is aan te tonen dat zulk een maatschappij de maximale individuele vrijheid garandeert die mogelijk is in een geordende maatschappij. Acceptatie van dit beginsel is een voorwaarde om tot deze gemeenschap te behoren. Dit beginsel laat alle besluiten toe die men in zulk een gemeenschap zou willen en mogen nemen. Kernvraag: hoe zou haar organisatie er uit moeten zien. In andere maatschappijen was het overheersende middel de macht, verkregen door diverse vormen van geweld. Bij ons wordt de macht om te regeren verkregen door het winnen van een meerderheid in een weliswaar bloedloze strijd, maar die wel haar coherentie en efficiëntie ondermijnd.

B2) Een echte contract theorie.  Er bestaat één alternatief voor macht als ordenend beginsel van een democratische gemeenschap: de al drie eeuwen oude contracttheorie, maar dan correct geïnterpreteerd: “Een contract is slechts het vastleggen van een eerdere, via onderhandelingen bereikte, overeenkomst.” Dat zegt nog niets over haar inhoud, behalve dat deze – zoals als bij andere gemeenschappelijke ondernemingen – verenigbaar moet zijn met het doel van deze overeenkomst: de bovengenoemde levensvatbare en zo mogelijk welvarende gemeenschap die de subjectieve gelijkwaardigheid van haar burgers respecteert. Zo ja, dan moet deze overeenkomst aanvaardbaar zijn voor zoveel mogelijke, liefst alle, burgers. Aan dit doel ontleent zij haar samenhang;  het is maatgevend voor alle besluiten, incluis het kiezen van de meest geschikte bestuurders voor deze onderneming. Dat iedereen gelijk is voor de wet betekent dat niemand het recht heeft om zijn eigen religie, ideologie of belang aan een ander op te leggen zonder diens toestemming. Over belangen valt te onderhandelen. Zij variëren van mens tot mens, en toch moet haar bestuur één besluit nemen dat geldt voor alle burgers en verenigbaar is met het gemeenschappelijke doel. Daarom moeten ook zo veel mogelijk, liefst alle, burgers in haar bestuur zijn vertegenwoordigt; mensen, niet meningen.

Zoals een van de grondleggers van de Amerikaanse democratie, Madison, het al zag: het is de taak van haar bestuur om, uit de veelheid van belangen, via  integere onderhandelingen te komen tot een overeenkomst, tot één beleid  dat – al is het niet tot een ieders zin – voor iedereen aanvaardbaar moet zijn die beseft dat deze wereld niet speciaal voor zijn eigen genoegen is geschapen. Althans, dat is het streven. Als unanimiteit binnen het bestuur niet te bereiken is, dan kan het bestuur – als laatste kans – terugvallen op een (grote!) meerderheid in de kamer. Lukt dat niet, dan moet het tot nieuwe verkiezingen oproepen en/of – indien het onderwerp het toelaat – een referendum organiseren. Dit is “besturen van het volk in opdracht van het volk en voor het volk, het is de echte contract theorie. Alle zaken die tot het welzijn van de mens behoren en waarover men kan onderhandelen, kunnen tot de taak van de overheid behoren en moet het bestuur erover beslissen, ook als  ze niet in geld zijn uit te drukken. Het kan, en het is voldoende, zie hoofdstuk C1), maar het sluit ideologieën, religie etc. uit.

B3) Een rechtstaat is nog geen democratie. Alle ook maar enigszins levensvatbare staten zijn een rechtstaat, ook Iran en Saudi Arabie. Democratie verschilt van alle andere staatsvormen door het respecteren van de gelijkwaardigheid voor de wet van alle burgers. Deze eis bevat zijn eigen rechtvaardiging: wie hem niet accepteert verliest de bescherming die deze democratie hem had kunnen bieden. Het stelt ook een grens aan de vrijheid van meningsuiting: wie onze democratie en de daarop gebaseerde wetten en gebruiken niet wil accepteren maar wil vervangen door bv. een Islamitische staat, verspeelt zijn Nederlands burgerschap en mag, zelfs moet, buiten de gemeenschap worden gezet: uitgewezen of opgesloten. Zolang wij onze maatschappij slechts presenteren als een rechtsstaat waar vrijheid van opvattingen en uiting in de grondwet staat, zullen zij dit niet begrijpen, en evenmin waarom wij bepaalde vormen van gedrag en belastende uitingen die onze maatschappij als gemeenschap ondermijnen niet accepteren, al zijn deze niet door de wet verboden. (Zie ook B5).

B4) Een democratie kan alleen overleven en floreren als gemeenschap. Als rechtstaat vormen wij slechts een gezelschap (voor het verschil zie Max Weber), een verschil dat hier slechts globaal kan worden aangeduid. Micheline Almy-Rey – een recente presidente van een acht eeuwen oude echte democratische gemeenschap, Zwitserland, verwoorde dit als volgt: “Wij  zijn een gewilde natie (Willensnation). Niet omdat we een etnische groep zouden vormen of dezelfde taal of cultuur delen. Nee, wij zijn Zwitsers omdat we onze belangen gezamenlijk willen nastreven” (via bovengenoemd streven naar overeenkomst, auteur). Wat bij ons ontbreekt is het besef dat wij werken aan een gemeenschappelijke onderneming, aan een levensvatbare en zo mogelijk welvarende gemeenschap die de gelijkheid voor de wet (de subjectieve gelijkwaardigheid) van al haar burgers respecteert. Zulk een gemeenschap wordt bestuurd, niet geregeerd. De taak van het bestuur is om het voor de gemeenschap nodige samenleven en samenwerken te waarborgen onder de voorwaarde van subjectieve gelijkwaardigheid (en elkaar niet in de haren te vliegen).

In een democratie bepaalt de wet alleen wat niet mag of wat moet, het is slechts een raamwerk dat de elementaire zaken betreft die noodzakelijk zijn voor een democratische gemeenschap. Deze   rechtstaat is dwingend, hij beperkt onze vrijheid, hij haalt het ‘leven’ eruit, hij moet worden beperkt tot het noodzakelijke minimum. Vrijheid bevordert het samenwerken, maar kan per definitie niet worden afgedwongen. Het aantal keren dat de wet wordt ingeroepen valt dan ook in het niet vergelegen met onze dagelijkse contacten met onze medeburgers of maatschappij. Elk van deze contacten is het resultaat van een besluit van de betrokken individuen: “al dan niet begroeten, en hoe”, “kopen”, “het afsluiten van een contract”, “samen oplopen of ieder zijn weg gaan”, “opbellen”, “opnemen of niet”, kortom, het hele sociale leven. Als wij telkens moesten nadenken wat hoort of niet hoort zou het leven in gemeenschap onmogelijk zijn. Het gedrag dat nodig is voor samen leven en werken moet zover mogelijk in de burgers zijn ‘ingebouwd’, de burgers moeten het ‘normaal’ (gaan) vinden.  Behalve het afdwingbare recht kent een echte gemeenschap ook een gedragscode, een moraal. Hieronder een voorzet.

De wil om te leven in een vrije gemeenschap veronderstelt:
- een gevoel van samenhorigheid,  ‘broederschap’ (Faternité, Franse  revolutie)
- Afzien van macht en geweld om meningsverschillen op te lossen
- De wil om tot overeenstemming te komen door eerlijke
onderhandelingen en argumentatie
- Erkenning van de plicht die verbonden is aan elk recht
- Empathie, zich te kunnen inleven in andermans gevoelens
- Betrouwbaarheid als essentiële voorwaarde voor
vrijwillige en effectieve samenwerking.

Het respect van onze autonomie, onze vrijheid, veronderstelt:
- Eerbiediging van de subjectieve gelijkheidwaardigheid en dus
afwijzing van elke a priori autoriteit, bijvoorbeeld een religieuze,
in de sociale besluitvorming,
- aanvaarden dat elke verworven autoriteit slechts een mandaat is
dat kan worden ingetrokken.
- Wederkerigheid, en daarom universaliteit, van alle beginselen
waarmee wij onze acties  rechtvaardigen
- Aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van
daden en uitingen: emancipatie impliceert verantwoordingsplicht
- Respecteren van de regels van de democratische argumentatie en
bestrijden van demagogie
- Tolerantie als eerbiediging van het recht van iedereen op zijn
eigen mening, aarden en normen, en het nastreven van zijn eigen
belangen, mits dit niemand schade toebrengt en wederkerig is.
- Intolerantie voor corruptie van deze deugden.

Dit is geen omschrijving van de ideale en dus imaginaire democraat, het is slechts een opsomming van de elementen van iemands instelling, van gemeenschapszin, die bv. te vinden zijn  in de Scandinavische landen en Zwitserland. Veel van deze eigenschappen zijn niet aangeboren, maar moeten worden aangeleerd in de ontwikkeling van kind tot volwassene, in hoofdzaak door interactie met zijn omgeving. Voor volwassen immigranten zouden deze basiswaarden tot hun inwijdingscursus moeten behoren. Politiek en economie zouden een belangrijke positieve rol kunnen spelen, maar zij bevorderen thans juist het tegenovergestelde. Daarin faalt onze democratie totaal (zie B6).

Het stelt het ook een grens aan de vrijheid van mening(suiting): wie onze democratie en de daarop gebaseerde wetten en gebruiken niet wil accepteren maar wil vervangen door een andere maatschappijvorm, bv. een Islamitische staat kan, zelfs moet, buiten de gemeenschap worden gezet. Zolang wij onze maatschappij slechts presenteren als een rechtsstaat zal hij dit niet begrijpen, evenmin als waarom wij bepaalde vormen van gedrag en uitingen niet kunnen accepteren, ook al zij deze niet door de wet verboden (bv. het niet toelaten van Erdogan’s gezant.)

Lid van de gemeenschap of gast? Immigratie, gewild of als vluchteling, domineert de huidige politieke discussie. Wie van plan is om terug te keren naar zijn land zodra het kan, schept een praktisch, logistisch probleem dat buiten het kader van dit geschrift valt; zij komen als gast. Wie een volwaardig lid van onze gemeenschap wil worden moet aan de voorwaarden voldoen die daarmee verbonden zijn. Hierboven zijn al enkele genoemd, maar om mee te kunnen draaien is veel meer nodig. Bepaalde omgangsvormen moeten worden gerespecteerd, wil men deel kunnen nemen aan ons gemeenschapsleven, zoals een open gezicht, geven van een hand aan een vrouw, de taal leren etc..

Wij discussiëren veel over wat een immigrant zou moeten kennen en doen, maar er wordt te weinig aandacht en middelen besteed aan de vraag “wat moet hij leren en hoe.” Dit onderwerp valt buiten de competentie van dit geschrift en de politiek. Slechts een daartoe opgerichte groep van onbevooroordeelde leden met de diverse aan de orde komende kundigheden kan ons verder brengen.

B6) Democratie staat boven de economie en haar motor, de concurrentie. Concurrentie is een effectieve drijfveer van de vooruitgang in onze huidige maatschappijen, met name van de vrije kapitalistische – maar helaas geheel individualistische – markteconomie. Zoals haar grondlegger, Jan Smit, al heeft gezegd, kan deze pas een gezonde dynamiek genereren voor onze maatschappij wanneer zij wordt ingebed in en ondergeschikt gemaakt aan de eisen van de echte democratie. De eerste niet materiële voorwaarde voor democratie is het besef dat wij samen moeten werken aan een gemeenschappelijk project. Zolang – bij ons en in de ‘vrije’ wereld – de economie met haar individualisme en concurrentie de alleenheerschappij behoud,  zal onze democratie chaotisch blijven en nauwelijks bestand zijn tegen de  imperialistische politiek van Putkin, China, theocratieën en andere vormen van dictatuur. Alleen een echt ‘bezielende’ democratie die gestoeld is op overeenkomst kan hun aanvallen weerstaan. In een continue stroom van NRC-artikelen e.a. wordt betreurd dat zij dit niet kan, dat de politieke wetenschappen verstek laten gaan, en dat alleen al de erkenning van deze taak door de politiek wordt tegengewerkt, zelfs door D66.

Dat de burgers de geschreven en ongeschreven regels van hun gemeenschap respecteren is slechts te verwachten indien zij er als volwaardig deelgenoot aan kunnen en willen meedoen, en beseffen dat ons nationaal product het resultaat is van een gemeenschappelijke prestatie. Wat dat inhoud evolueert met de tijd waarin men leeft, en het is de taak van de sociale wetenschap, van economie tot politicologie, om de eisen van onze tijd correct te interpreteren en er een inhoud aan te geven die consistent is met het doel van onze maatschappij. Zonder de houvast van dit ijkpunt blijft het een toren van Babel.

B6) Populisme en directe democratie met het referendum als haar wapen, zijn fataal voor onze democratie. Populisten beroepen zich op democratie als “regeren van het volk, door het volk en voor het volk”, en het daaruit voortvloeiende gezegde: “de kiezer heeft altijd gelijk”. Een misvatting die de kiezer een schier magische intelligentie toedicht. Trouwens, ‘het’ volk bestaat niet, het is een verzamelbegrip voor “alle inwoners van deze maatschappij”. Die bestaan wel, met hun persoonlijke ideeën over  de inrichting van hun maatschappij. Alleen een doel dat alle democraten onderschrijven kan ‘de wil’ van het volk vertegenwoordigen. En dat is er: per definitie hebben alle democraten gekozen voor democratie; dat is hun aller wil, dat is ‘de’ volkswil, de enige volkwil. Ons huidige politieke stelsel, met al zijn compliceerde procedures, heeft als taak  om te zorgen dat de resultaten van zijn besluiten voor zover mogelijk weerspiegelen wat de kiezers echt willen: democratie. Volgens de grondwet (zie de NRC, 6/4/2017) worden volksvertegenwoordigers gekozen om wetten te maken en besluiten te nemen die „een samenhangend geheel” vormen en de “algemene belangen” dienen. Maar wat is ’algemeen’? Bij ons regeert in elk geval de meerderheid en de genomen besluiten zijn niet die van de minderheid. Zulk een politiek systeem kan vrijwel nooit het hele volk vertegenwoordigen en kan geen aanspraak maken op ‘de’ volkswil te zijn.

Een menselijke gemeenschap is het meest complexe van alle levende systemen. Elk besluit over een onderwerp heeft gevolgen voor andere gebieden, die deze moeten verwerken in hun  besluiten, met gevolgen voor weer andere gebieden… enzovoort. De taak om een natie te besturen wordt dan ook onderverdeeld in gebieden, departementen, zoals interne veiligheid, onderwijs, volksgezondheid, externe veiligheid, buitenlands zaken etc. Op elk van deze gebieden moeten besluiten worden genomen over wet, personeel, investeringen, etc. die weer gevolgen hebben op andere gebieden. Ons huidige politieke stelsel, met al zijn compliceerde procedures, heeft als taak  om te zorgen dat de resultaten van zijn besluiten voor zover mogelijk weerspiegelen wat alle democraten echt willen, en – zo dat niet mogelijk is – althans kunnen aanvaarden als het beste dat zij kunnen verwachten in een wereld die niet speciaal voor hun eigen genoegen is geschapen. In zijn huidige vorm kan het deze taak  niet vervullen omdat het algemeen belang buiten schot blijft. Zie verder in sectie C)

De plaats van het referendum in onze besluitvorming. In Alle grotere organisaties wordt hun besluitvorming toevertrouwd aan een bestuur, bij ons de regering. Het referendum is ook een vorm van besturen: eenvoudig en duidelijk, maar het heeft ook enkele zwaarwegende nadelen. Allereerst stelt het zich boven onze regering. In een democratie is dat alleen zinvol als de uitkomst voor de hele gemeenschap beter of minstens evengoed zou zijn als het besluit van de regering. Zoals gezegd is het hoogst onwaarschijnlijk dat veel kiezers de gevolgen van hun keuze voor de hele gemeenschap voldoende kunnen overzien om aan deze eis te voldoen, zeker als het gaat om zaken zoals een Europese grondwet, een verdrag met de Oekraïne en recentelijk over een wet  over de inlichtingen en veiligheidsdiensten. Je krijgt een stembiljet, een mooi verhaal van de overheid en 68 pagina’s wettekst. En natuurlijk een hoogst negatieve waardering van de aanstichters van het referendum, al dan niet gebaseerd op feiten, en opgestookt door de oppositie en door beroepsmatige onruststokers. Vaak een strijd om de macht vermomt als referendum. Ondemocratisch want kiezersbedrog.

Erger, als een referendum tot een besluit heeft geleid dat rampzalige gevolgen heeft voor de gemeenschap, dan kunnen wij niemand verantwoordelijk stellen. De voorstemmers zijn onbekend, de tegenstemmers behoren kennelijk niet tot ‘het volk’, en het bestuur heeft slechts “de wil van het volk” uitgevoerd, evenals de aanstichters. De gebreken zullen zich meestal pas na enige tijd openbaren, vaak na het verlopen van het huidige regeertermijn; de volgende moet ze dan rechtzetten.

De kernvraag blijft: kunnen wij verwachten dat het besluit dat volgt uit het referendum echt beter zal zijn voor de maatschappij dan het besluit dat het bestuur zou hebben genomen? Mogelijk, maar hoogst onwaarschijnlijk.  Het referendum schept winners en – per definitie – ontevreden verliezers; het algemeen belang komt niet eens voor in de overwegingen. Het is aan te tonen dat een besluit dat de regering genomen heeft in – noodzakelijkerwijze vaak geheime – onderhandelingen waar ook de oppositie – direct of indirect – bij is betrokken, meestal een gunstiger resultaat zal opleveren voor het algemene belang dan een ja/nee procedure (voor economen: wegens een meetkundig afnemend grensnut.) Bovenal kan men niet genoeg herhalen dat een referendum niet de mening van het volk weergeeft, maar alleen van de stemmers. De huidige roep om een referendum is een symptoom van het gebrekkige contact tussen politiek en kiezer dat ingebakken zit in ons huidige systeem; gelukkig is die roep weer verstomd.

Soms kan een raadgevend referendum wel op zijn plaats zijn, bv. wanneer het een zaak betreft van persoonlijke voorkeuren. Ook bij een patstelling in de Kamer kan het referendum dienen als laatste redmiddel.

7) Democratie is geen exportartikel. Zeker niet in haar westerse vorm, en niet op korte termijn. Per definitie moet de keuze voor democratie vrijwillig zijn. Daarvoor, evenals voor haar gezonde ontwikkeling, moet zij:
- een bestaansminimum voor allen garanderen
- aan allen de mogelijkheid bieden om deel te nemen aan het
politieke en economische leven en het krijgen van een eerlijk
aandeel daarin
- de basis vormen voor een democratische moraal.

Democratie word vaak vereenzelvigt met onze procedures en met de kapitalistische markteconomie. Het opleggen ervan aan samenlevingen die daarvoor nog niet rijp zijn is een recept voor een ramp, vooral als het niet gepaard gaat met een helder begrip van de aard van democratie met haar justitiële en morele voorwaarden, zoals in dit geschrift uitgelegd. Tot nu toe heeft het exporteren van democratie zich beperkt tot een beroep op de “Universele Verklaring van de rechten van de mens”, het product van het toenmalig politieke overwicht van de westerse landen in de VN. Het kan worden samengevat als “Iedereen heeft recht op een westerse democratie”. Klink goed, maar het enige wat wij kunnen doen is ze helpen om aan bovengenoemde voorwaarden te voldoen: een democratische politiek moet van binnen uit groeien. De westerse wereld had een aantrekkelijk voorbeeld kunnen zijn, maar helaas nodigt het spektakel van de huidige chaos, inefficiëntie en verlies van legitimiteit in onze westerse politieke instellingen niet uit tot imitatie. Pas een echte, goed werkende democratie kan een aantrekkelijk voorbeeld bieden. Laten wij daarmee beginnen.

C) NAAR EEN GEZONDER EN MEERBELOVEND POLITIEK SYSTEEM.

C1) Een gezamenlijk doel. Zowel het gezonde verstand als de bestuurskunde zeggen dat elk bestuur moet falen zolang men het niet eens is over het doel van zijn organisatie, in het bedrijfsleven genoemd “business objective”: wat men de klant, hier de burger, te bieden heeft. Voor een democratie is dat doel: veiligheid en welvaart (=effectiviteit) onder voorwaarde van respect voor de subjectieve gelijkwaardigheid van alle burgers (=rechtvaardigheid). Effectiviteit is onverenigbaar met “regeren van het volk, door het volk en voor het volk”, en rechtvaardigheid is zelden gediend met de macht van de meerderheid,  want  tegenover een meerderheid staat altijd een minderheid wiens wensen niet worden gehonoreerd. En waar één partij een absolute meerderheid heeft bereikt valt het land vaak al snel ten prooi aan een dictator.

Met D66 groeide een sprankje hoop. I.p.v. serieus onderzoek heeft ze zich helaas gestort in het democratisch spel, met een vlaggetje: drie procedurele voorstelletjes die al in andere landen hun onmacht hebben bewezen. Procedures zijn slechts middelen tot… ja, tot wat? D66 heft de vraag afgedaan met “tot democratie”. Een opdracht om dat nader te preciseren is door het congres per acclamatie aanvaardt en door het bestuur overgenomen, maar nog D66 nog iemand anders is er ooit aan begonnen. Resultaat: de Politieke partijen vertegenwoordigen idealen,  religies, maatschappijvisies e.d. i.p.v. mensen.

Het algemeen belang is slechts geconcretiseerd in termen van de economie: meetbare rijkdom. In een democratie garandeert de subjectieve gelijkwaardigheid (zie B1) de maximaal mogelijke vrijheid van alle burgers. Iedereen mag zijn eigen ideeën, ideologieën, voorkeuren, geloof etc. hebben en overeenkomstig handelen, zolang dat niet ten koste gaat van dezelfde rechten van anderen en de gezondheid van ons land, van onze democratie. Zo staat het in onze grondwet, en zo moet het door elk bestuur en door alle partijen worden gerespecteerd. Deze voorwaarde garandeert ook dat iemand die bv. katholiek is het recht heeft om zijn geloof te beoefenen zoals het hem goed dunkt; maar hij kan aan zijn geloof geen rechtvaardiging ontlenen om een wet na te streven die anderen beperkingen oplegt, bv. over vrijwillige euthanasie. In de huidige democratie kan een Christelijke partij de macht daartoe verkrijgen door belangenpartijen te helpen aan een meerderheid. Het is triest dat de drie partijen PvdA, SP en Groen Links wier kiezers het meest zijn aangewezen op steun van de overheid, door strijd over ideeën en door rivaliteit niet in de regering zitten.

Een reden temeer om het gevecht om een meerderheid die regeert te vervangen door een plicht om samen te werken in een bestuur waar zover mogelijk alle burgers zijn vertegenwoordigt. Met een voorzitter die behalve representatie de hoofdzakelijk organisatorische taak heeft om de onderhandelingen in goede banen te leiden maar ook slechts één stem heeft. Geen president met eigen bevoegdheden waarmee een volksmenner een meerderheid naar zijn hand weet te zetten en zelfs  de constitutie te zijner voordeel weet te om te buigen. Resultaat: Kaczynsky met zijn katholieke PiS, Erdogan, Orban,  Trump e.d..

Vrijheid is onlosbaar verbonden met verantwoordelijkheid van een individu voor zijn daden en zijn uitspraken. Ideeën, geloven etc. kunnen derhalve geen rechtvaardiging bieden wanneer zijn besluiten nadelige gevolgen hebben voor anderen. Zij kunnen daarom ook geen onderwerp zijn van democratische besluitvorming. Onze huidige democratie mag dan een erfenis zijn van de Romeins/Christelijke cultuur, toch kan men daaraan geen speciale rechten ontlenen, hetgeen niet tot alle gelovigen doorgedrongen schijnt. Hier wreekt zich het beperken van democratie tot een rechtstaat waarin het recht op eigen doelen, mening of uitspaken heilig wordt verklaart zonder dat deze vrijheid verbonden wordt met de verantwoordelijkheid voor de gevolgen ervan voor alle andere burgers.

C2) Partijen in een echte democratie. Een belangrijk deel van onze constitutie, een soort huishoudelijk reglement, gaat over de regels voor het kiezen van onze vertegenwoordigers: hoe zij een bestuur samenstellen en de regels voor onderhandelingen. Deze blijven onverminderd geldig: de burgers kiezen hum vertegenwoordigers in de Kamer via kiesverenigingen, thans onze partijen. Wat veranderd is een scherpere omschrijving van hun taak (zie twee alinea’s verder) en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd: niet een meerderheid die een regering samenstelt, maar een bestuur waarin zover mogelijk alle partijen zijn vertegenwoordigd na rato van hun zetels in de kamer. De bestuurders trachten via hopelijk integere onderhandelingen tot besluiten te komen die voor allen aanvaardbaar zijn. Alle burgers zijn dan zowel in de Kamers als in het bestuur  vertegenwoordigt.

In beginsel moeten Kamerleden en bestuurders hun taak zonder partijdwang kunnen uitvoeren, zij moeten vooral begaan zijn met de belangen van haar burgers, niet van hun partij. Omdat zij geen idealen e.d. vertegenwoordigen maar burgers, kunnen zij een veel directer contact met hun kiezers onderhouden. Ook het bestuur is er voor alle burgers en moet streven naar unanimiteit. Wanneer een onderhandeling is vastgelopen en toch een besluit moet worden genomen, dan kan het bestuur terugvallen op het gezag van de meerderheid die dan wel de 50%  ruimschots moet overstijgen; men moet wel de helaas vrijwel onvermijdelijke dwarsligger, de “free rider”, kunnen neutraliseren wanneer hij het streven naar unanimiteit misbruikt voor zijn eigen doelen. Dit systeem laat alle besluiten toe die in een democratie genomen moeten en mogen worden. Dat zijn allereerst besluiten die voor de hele gemeenschap een positief resultaat opleveren, zodat burgers die erop achteruit zouden gaan, gecompenseerd kunnen worden en deze dus geen geldige reden meer hebben om dwars te liggen. Ook besluiten die geen voordeel opleveren maar nodig zijn om het voortbestaan van de gemeenschap te waarborgen, moeten genomen kunnen worden; een verlies moet dan over alle burgers wordt verdeeld na rato van hun draagkracht. Voor alle duidelijkheid: belangen zijn niet beperkt tot zaken die in geld zijn uit te drukken, maar bevatten alles wat een rol speelt in ons bestaan en in ons gezamenlijk streven naar een levensvatbare en zo mogelijk welvarende gemeenschap.

Als kiesvereniging hebben de partijen twee hoofdtaken: samenstellen van het bestuur en controleren dat dit zijn taak goed vervuld; zij moeten ook een brug vormen tussen het bestuur en de bevolkingsgroepen die zij vertegenwoordigen. Een voor de hand liggende basis voor de samenstelling van de partijen vormt de rol die elke burger speelt in de vorming en van een democratische gemeenschap. Nogmaals: Partijen kunnen alleen levende burgers en hun belangen vertegenwoordigen, geen religie, geen ras e.d., geen ideaal of andere persoonlijke instellingen, geen sociaal versus liberaal, geen conservatief versus progressief of andere abstracties. Ruwweg: “Sociaal en conservatief” geeft de gemeenschap haar samenhang, “liberaal en progressief” genereert  haar dynamiek. Een gemeenschap heeft beide nodig, en de kunst van het bestuur is om door onderhandelen te streven naar een zo goed mogelijk evenwicht. Het algemene doel van de democratie als gemeenschap levert de maatstaf voor “goed”, dat moet worden nagestreefd op basis van de – op dat ogenblik relevante – feiten en toestand, via een doorlopende evolutie die niet mag niet afhangen van de grillen van een aantal kiezer die op dit ogenblik een meerderheid hebben.

Wat voor partijen? De wijze waarop een burger in zijn levensbehoeften voorziet is een beslissende factor in zijn leven die zich weerspiegeld in zijn productie en consumptiepatroon. Het ligt dan voor de hand dat het bestuur van een natie in elk geval vertegenwoordigers moet bevatten van geldkapitalisten (VVD), kenniskapitalisten (D66), plus een partij voor diegenen zonder eigen kapitaal of andere inkomensbron(PvdA); mogelijkerwijze zijn er ook groepen burgers die een eigen vertegenwoordiging willen, bv. landbouwers en gepensioneerden. De praktijk is bezig om zich vanzelf al in die richting te ontwikkelen. De behoefde om een   eigen maatschappijbeeld of ideaal uit te dragen, belet partijen om hun taak adequaat te vervullen. Zo is wat de PvdA zou moeten zijn in drieën opgesplitst en het ‘gewone’ volk niet meer is vertegenwoordigt in de regering. Van democratie gesproken!

VVD’s vrije kapitalistische markteconomie verdient een aparte noot. Haar vader, Adam Smith, heeft ons er al op geattendeerd dat deze een inbedding verlangt in een moraal. Marx heeft voorspeld dat zij anders onvermijdelijk moet uitlopen op een kongsi van rijke monopolisten, en diepe armoede voor de meeste anderen. Zolang individuele staten er nog grenzen aan konden stellen, heeft men dit ten minste gedeeltelijk kunnen voorkomen. Met de globalisering en haar vrij verkeer van kapitaal zijn deze grenzen ineffectief geworden en kreeg Marx alsnog gelijk, zie  Alphabet (Google), Amazon, Microsoft, Apple, en Facebook, elk met wereldwijd een marktaandeel tussen de 90 en 100% (NRC 30/7/’17). Alleen een wereldwijde organisatie zou dit tot leefbare proporties terug kunnen brengen.

C3) Democratie als gemeenschap is geen mooie droom, maar een opdracht: zo was democratie bedoeld! De besluiten zullen niet meer de dictatuur van de meerderheid vertolken, maar worden vastgelegd in een – bij voorkeur unanieme – overeenkomst, bereikt via onderhandelen door een bestuur dat voor zover mogelijk de hele democratische bevolking vertegenwoordigt. Alles wat hiervoor nodig is valt binnen de regels van onze grondwet. Aan onze politieke structuur hoeft niet veel te worden veranderd. De huidige partijen kunnen grotendeels blijven bestaan in hun huidige vorm en achterban voor zover zij burgers en hun belang vertegenwoordigen en dat ook in hun vaandel zetten. 50+ en wellicht Denk voldoen ook daaraan. Ongehinderd door de nationale politieke constellatie zullen provinciale staten en gemeenten zich volledig aan  hun locale taken kunnen wijden. Kortom, het kan mits wij het willen.

C4) Het grootste hindernis is de concurrentie binnen ons bestuur. De alom aanwezige kapitalistische vrije markt economie met haar concurrentie heeft de wil tot een echte democratie en haar noodzaak tot samenwerken uit ons denken verdrongen. Dat weerspiegeld zich in onze huidige politiek. De kamerkandidaten moeten concurreren om via een partij in de kamer te komen. De partijen strijden onderling om de meerderheid nodig om een regering te kunnen vormen. Om Kamerlid van hun partij te blijven, moeten de Kamerleden bij het uitvoeren van hun bestuurlijke taak rekening houden met de belangen van hun partij. Als je als Kamerlid of regeerder dit allemaal overleeft hebt, zou je ook nog eens het algemeen belang moeten dienen dat in het hele proces niet eens is vertegenwoordigt.

Wie op elk ander gebied dan de politiek zulk een organisatievorm zou voorstellen, zou voor gek worden verklaard. Onze politieke order is dan ook niet het resultaat van een serieuze en systematische zoektocht naar de beste politieke organisatie, maar ontstaan in de wisselvalligheden van het lot en de heersende mode (socialisme, kapitalisme, volkswil, religies etc.), zonder een duidelijk en realistisch doel.

Samenvattent, hervorming van onze democratie eist geen revolutie die meestal uitloopt op een ramp, maar ze heeft wel onze wil, inzet en inspanning nodig om haar te redden, allereerst door onze politieke organisatie het solide fundament te geven van een ondubbelzinnig, algemeen aanvaardbaar en concreet doel: bovengenoemde democratie. Haar besluiten zoekt zij in een overeenkomst, bereikt door onderhandelingen, waar het samenwerken prioriteit heeft boven concurrentie als primaire motor. Voor zover mogelijk moeten ALLE partijen zijn vertegenwoordigt in het bestuur na rato van hun zetels in het parlement. De macht van de meerderheid is dan slechts het laatste redmiddel wanneer onderhandelingen zijn vastgelopen. Het werkgebied van zulk een bestuur is zoals gezegd beperkt tot onderhandelbare onderwerpen, tot de belangen van de burger en van alle zaken die betrekking hebben op het bereiken van deze democratie, ook wanneer hun waarde niet in geld is uit te drukken. Een echte demoraat zou ook niet anders willen.

D) DE WEG NAAR EEN OVEREENKOMST.

Het gezonde verstand evenals de theorie zeggen dat de volgende zaken noodzakelijk zijn voor het bereiken van een overeenkomst door onderhandelen:
- De wil om tot een overeenkomst te komen en die het
onderhandelen zijn zin geeft
- Een door allen gedeeld doel
- Een gezamenlijke eenduidige taal
- Overeenstemming over de relevante aangevoerde feiten

“Een gemeenschappelijk doel” spreekt vanzelf. Het ontbreken van een eenduidige definitie van de gebruikte woorden en begrippen schept de ruimte om een geschil over het doel weg te moffelen als een geschil over de feiten.

D1) De taal. Een van de oorzaken van de ineffectiviteit van de sociale wetenschappen is hierboven genoemd: ogenschijnlijk  onverzoenbare onenigheden veroorzaakt door het ontbreken van duidelijke, contradictievrije en algemeen aanvaardbare definities van de gebruikte begrippen.  Dat wreekt zich het hardst bij het probleem hieronder (D2).

D2) Kosmologie, de feiten.

Informatie is pas bruikbaar wanneer men haar graad van betrouwbaarheid kent. In de inerte wereld, in de natuurkunde, is het meestal mogelijk om de betrouwbaarheid van een uitspraak te bepalen en te kwantificeren, of op z’n minst te kwalificeren als waar (1) of onwaar (0).

Een levend systeem daarentegen vormt één geheel dat niet alleen bepaald wordt door al zijn elementen, maar ook door zijn plaats in de ruimte en tijd. Men wel kan het wel uit elkaar pluizen, maar men kan de oorspronkelijke toestand niet meer geheel herstellen. De levende wereld laat daarom meestal slechts één definitieve uitspraak toe over betrouwbaarheid: “kan niet waar zijn“ (0), bv. als een uitspraak steunt op veronderstellingen die onverenigbaar zijn met algemeen als waar aanvaarde feiten, met name natuurwetten, en/of zondigen tegen de regels van de logica en rede. Deze fouten zijn door een geoefende wetenschapper te herkennen; men kan dan de betrokken uitspraken elimineren als zijnde onbruikbaar en aldus de inhoud van de grabbelton (B7) terug brengen tot “manageable” proporties.  Tevens bevat een  realistisch model van een levend wezen elementen uit diverse wetenschappelijke disciplines; dat vereist een samenwerking die thans nog vrijwel onmogelijk is: NIM, “Not In My Backyard”, regeert nog steeds. Volmaakt word het nooit, maar het kan wel beter.

De natuurkunde en haar techniek hebben de wereld radicaal veranderd, maar de sociale wetenschappen en filosofie hebben deze vooruitgang daarom niet kunnen bijbenen. Hun bijdrage aan de hervorming van onze politieke orde is dan ook miniem. Weliswaar houden diverse groepen zich bezig met de problemen van de wetenschap, bv. SIT, maar helaas beperken zij zich tot het productieproces en de organisatie van de wetenschap binnen het kader van de universiteit. De gebruiker van wetenschap komt slechts als opdrachtgever aan de orde. Met het gevolg dat de gebruiker zijn informatie regelmatig moet zoeken in bovengenoemde grabbelton van elkaar tegensprekende bevindingen waaruit een politicus datgene kan kiezen dat hem in zijn kraam past. Gevolg: de status van de wetenschap is voor Henk en Ingrid inmiddels gedaald tot vlak boven die der politiek, en kunnen dictators informatie naar hun hand zetten. De eerste verbetering van de bruikbaarheid van sociaalwetenschappelijke uitspraken is het organiseren van een effectieve selectie op betrouwbaarheid van de conclusies, en het daarvoor vereiste woordenboek produceren met bovengenoemde definities die algemeen in de betrokken wetenschap worden aanvaard. Helaas kan de sociale wetenschap zich zelfs deze taak niet permitteren. Zij worden geheel in beslag genomen door de moordende concurrentie die elke verbetering op deze gebieden en  elke echte samenwerking zo goed als onmogelijk maakt. Gevolg: wij moeten beginnen met een buitenacademisch selectieprogram. Wetenschappers op emeritaat of ontevreden jongeren zouden het initiatief moeten nemen.

E) WERK AAN DE WINKEL.

“Aardig, maar ik zal dat niet meer meemaken” zegt u. Als u negentig bent, ja. Maar het kan wel, en binnen een redelijke termijn. Zwitserland is al achttien eeuwen op deze wijze georganiseerd. Niets hiervan is in tegenspraak met de aard van de mens of met die der democratie, niets ervan is onmogelijk. Maar het is niet gratis. Als niemand zich daarvoor in wil zetten, en wel nu, dan gebeurt het niet en zal onze democratie verkommeren, want morgen is het te laat. Het is ook geen blauwdruk voor een nieuwe democratie, want het leven en dus ook een maatschappij laten zich niet in een blauwdruk vangen. Onze democratieën zijn het product van oorlog en revoluties, van machtsstrijd. De Zwitserse is gegroeid rondom één wil, één doel: het vormen van een gemeenschap, “de wil om onze toekomst gezamenlijk op te bouwen” (Micheline Almy-Rey, een recente presidente van Zwitserland). Ook Europa zal uiteindelijk falen indien zulk een doel niet ten minste wordt gesteld en nagestreefd, en dat zal niet lukken zolang de lidstaten hun eigen bestuur nog niet in orde hebben.

De zondvloed van artikelen die de werking van ons huidig democratisch systeem bekritiseren zoekt de schuld meestal bij politici of partij. Of bij andere groepen zoals de ‘elite’ (wat dat ook moge zijn), bij Marokkanen, religies, vroeger bij ras en nu bij vluchtelingen, etc.. De discussie gaat meestal om maatregelen die de politiek wel, of juist niet, heeft genomen, maar het zijn altijd de ‘anderen’ die de schuld krijgen en zich moeten verbeteren. Voor zover men aan het systeem wil sleutelen, gaat het slechts over procedures, over wel of geen president, over drempels om een partij te stichten, over minimum leeftijd om te stemmen, etc.. Al deze mogelijkheden zijn al geprobeerd zonder een  noemenswaardige vooruitgang. Daarom heb ik de fundamenten van ons huidige politiek systeem aan een grondig onderzoek onderworpen (*) als basis voor een discussie daarover in brede kring, maar kon geen enkele belangstelling daarvoor opwekken.

Ik heb in dit geschrift zo beknopt en zo eenvoudig mogelijk op papier gezet waartoe dit kan leiden. Het is ten minste consistent en kan werkbaar zijn. Parallel aan een discussie daarover zou men moeten beginnen met de toepassing ervan op het onderste niveau, de gemeente. Die kan zich aldus losmaken van de besmetting van de lokale politiek door de broederstrijd tussen de nationale partijen, en aldus recht doen aan de gemeente als gemeenschap.

F) ZAL HET LUKKEN? Wellicht is alles wat hierin staat al door anderen geschreven. Zo ja, dan is het geen gemeengoed geworden; stuur het naar mijn adres. Alleen als een aantal gemotiveerde burgers het tot het hunnen maken en gezamenlijk opereren is er een kans op succes. Zoals economen zeggen: de markt is er rijp voor. Wil u meedoen of weet u iets beters? Laat het dan weten.

(*)The Conceptual Foundations of Decision-making in a Demcoracy