Mode regeert politieke rhetoriek

Door: Peter Pappenheim

Mode regeert de politieke retoriek.

Dertig jaar gleden was het de verzorgingsstaat en spreiding van inkomen, kennis en macht. Midden jaren zeventig publiceerde de PvdA de Interim nota Inkomensbeleid waarin een “gelijk welzijn voor iedereen” de enige rechtvaardige inkomensverdeling was, voor zover dit te realiseren is. D66, waarvan ik in 1968 lid ben geworden, heeft zich toen bij deze opvatting aangesloten zonder na te gaan of dit rechtvaardigheidsbegrip door de bevolking werd gedeeld. Ik ben uit haar sociaal-economische commissie gestapt toen deze discussieerde over de hoogte van het maximum inkomen (waarboven een 100% belastingtarief zou gelden): moest dat drie of vijf keer het minimum inkomen zijn! De ’nieuw-linkse’ politiek heeft een van de grootste verworvenheden van de vorige eeuw, de sociale zekerheid, gekaapt en  misbruikt voor haar gelijkheids- en anti-kapitalistische ideologie, en heeft ze gecorrumpeerd door het negeren van evident en grootschalig misbruik. Daardoor is de sociale zekerheid over haar doel heen geschoten en een makkelijk slachtoffer geworden voor de thans modieuze verheerlijking van de markt en het individualisme. Vandaag is het “Iedereen op eigen benen”, de titel van het artikel van D66er  André Meiresonne in de NRC van 13/8. Ook het pamflet van Boris Dittrich (onder de misleidende titel “Op weg naar nieuwe solidariteit”), dat hij aan de leden van D66 voorstelt, is  doordrenkt van deze mode. D66 heeft sinds haar oprichting alle pogingen, ook de mijne, weerstaan om vast te leggen wat zij onder democratie verstaat, in een stuk dat ook voor de niet politiek geschoolde kiezer duidelijk is. Dat geeft haar de ruimte om, na gelang de mode of politieke opportuniteit, van een sociale visie over te stappen op een individualistische. Met als gevolg dat zij door het gros van het electoraat als onduidelijk en opportunistisch wordt gezien.

Meiresonne’s en Dittrich’s stukken vormen een ‘fantastisch’ programma, in beide betekenissen van het woord. De angel zit in wat verzwegen wordt. B.v. dat bepaalde  voorstellen elkaar tegenspreken. B.v.  “wie zal dat betalen”. Het hele begrip rechtvaardigheid is uit deze stukken verdwenen. Ook liggen een aantal van de genoemde zaken buiten de competentie van de politiek of zijn het wensen die iedereen zal steunen maar waarvan nog niemand weet hoe zijn kunnen worden gerealiseerd in onze democratie. Een fantasie omdat het ervan uitgaat dat alle mensen  kunnen leven in onzekerheid, dat ze de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven aankunnen en deze niet alleen willen inzetten voor hun eigen leven maar (vrijwillig!) ook voor hun gezamenlijke omgeving, als zij maar de vrijheid daartoe krijgen. Het is de optiek van het succesvolle individu die dit succes geheel wil toeschrijven aan de eigen verdienste; het falen van anderen is hun eigen schuld. Ook ‘fantastisch’ is de verwachting dat als mensen voor zichzelf kunnen zorgen, zij ook zullen handelen in het belang van het grote geheel.

Het is een feit dat er overal, zeker ook in de USA, grote groepen zijn die deze verantwoordelijkheid niet aankunnen of willen, die zich vet vreten voor de t.v..  Die denken hun eigenwaarde te moeten ontlenen aan hun bezittingen, terwijl zij nimmer de daarvoor nodige prestaties kunnen leveren anders dan door misdaad, in dit alles gesteund door wat ze op tv wordt voorgeschoteld (wie is daarvoor verantwoordelijk?). Succesvolle bescherming van het milieu en gezondheid moet meestal door de overheid afgedwongen worden omdat de vrije markt dit niet kan (prisoners dilemma en free rider probleem).  En hoeveel ruimte heeft een ongeschoolde gescheiden vrouw met twee kinderen om wat extra’s opzij te leggen voor de oude dag? Kan zij zich wel permitteren om een ziektekostenverzekering te nemen die goedkoop is omdat zij  een hoog eigen risico en beperkte dekking biedt? Wat voor keuze van werknemersverzekeringen heeft anders dan de goedkoopste, en voor de rest te vertrouwen op het gegarandeerde sociale minimum? Waar moet een minimumloner wonen zonder huursubsidie als er geen woningen zijn die hij kan betalen, tenzij het sociale minimum de kosten van de beschikbare woningen dekt?  Hoeveel goedkoper zal zulk een basisinkomen/sociaal minimum zijn dan de huidige collectieve voorzieningen? Eist het beginsel van verantwoordelijkheid niet dat de premie voor de WW wordt betaald door de werkgevers? Etc.

Onze doorgeschoten regelzucht en misbruik van ons collectief systeem moeten worden beteugeld. Sommige regels zijn achterhaald en contraproductief. Andere vinden hun oorsprong in lobby’s voor bescherming van de commerciële belangen van gevestigde ondernemingen of zijn onder druk van de burgers ontstaan als verlate reactie van de overheid op te lang door haar genegeerde misstanden, met als gevolg slordige wetgeving. Veel onkruid eist wieden maar niet het overhoop halen van de hele tuin.  Het lijkt mij een onhoudbare stelling dat een door wieden opgeschoonde regelgeving en collectief systeem een grote belemmering zou vormen voor de vrijheid van mensen om hun eigen leven vorm te geven en daarvoor verantwoordelijkheid te dragen, en dat een geheel vrije, individualistische economie geen belemmeringen zou kennen; deze zijn alleen van een andere soort. Ons collectief systeem creëert ook opties, b.v. om niet mee hoeven te doen aan de “rats race” waarbij het hele leven in dienst wordt gesteld van het vergaren van rijkdom. B.v. om – ten koste van wat minder kansen op materiële rijkdom – te kiezen voor meer goederen die niet door de markt te geleverd kunnen worden, zoals meer zekerheid, sociale samenhang en milieu. In de VS kiezen naar verhouding meer individuen voor de rats race, maar zij werken 20% meer per jaar. Ze geven meer uit aan rijkdom bevorderende zaken, met name hoger onderwijs en onderzoek, en minder aan milieu, sociale cohesie etc. Hun gezondheidszorg is twee keer zo duur en laat toch velen ongedekt. Zij staan no.1 op het gebied van technologie en de wereldwijde exploitatie ervan, no. 61 waar het gaat om vrijhandel en no. 57 bij het respecteren van internationale verdragen (Newsweek 9-5-2005). Over de lage waardering van veiligheid in de VS zie het artikel “Nederland kan leren van New Orleans” in NRC van 1/9/05. Willen wij dat? Dat wij de voordelen van ons systeem met die van de VS kunnen combineren is het soort politieke luchtfietserij die een veel grotere kloof tussen kiezer en gekozene graaft dan welk kiesstelsel dan ook.

Er rolt nu weer een modieuze golf op ons af, het spiegelbeeld van de vorige. Toen een almachtige staat en een verwrongen beeld van gelijkheid. Nu de abdicatie van de staat ten gunste van een almachtige markt en een verwrongen beeld van vrijheid, dat van een mens die op eigen benen staat. Feit is dat geen enkel mens dat kan, dat de mens een sociaal wezen is die op zijn eentje minder is dan een “naakte aap”. Hij kan alleen echt mens zijn als hij kan deelhebben aan de unieke onderneming van het mensdom, dat – door zijn denkvermogen, een symbolische taal en externe informatiedragers – alles wat een individu leert en creëert kan toevoegen aan de kennis (wetenschap) en cultuur van zijn tijdgenoten en nageslacht. Dat eist een evenwichtige combinatie van het individuele en het sociale. Kernprobleem is het besluitvormingsproces voor het bepalen van ‘evenwichtig’.

Waarom laten wij de vaststelling van dit evenwicht over aan hetzelfde type  proces als de dameskleding? Waarom zetten wij niet onze rede in en wenden ons tot de bron die ons de heerschappij over de inerte natuur en onze welvaart heeft gegeven, de wetenschap? Helaas, de academische  sociale wetenschappen en filosofie zijn niet ingesteld op deze taak; ze hebben ze niet eens erkend en kunnen er in elk geval niet aan voldoen. Zij leveren een keur aan elkaar tegensprekende theorieën op waaruit elk belang of politicus kan kiezen na gelang het hem beter uitkomt. Zij kunnen zich dat permitteren want – anders dan in de natuur en scheikunde – is er door de structuur van sociale systemen geen één op één relatie te leggen tussen een theorie en een feit. Daardoor wordt het hanteren van een ondeugdelijke theorie niet vanzelf en aanwijsbaar door de toepassing afgestraft. En zij hebben het monopolie op de beoordeling van wetenschap. Kritiek van buitenaf en een beroep op haar verantwoordelijkheid kunnen zij met succes  negeren, veelal met een misplaatst verwijzen naar een – op zich redelijke – autonomie.

Al een halve eeuw weet de besliskunde dat sociale systemen als een geheel moeten worden behandeld. Dat stelt eisen aan de praktijk van de wetenschap en filosofie: samenwerken, geen hokjes, een algemene methode van argumentatie, evaluatie en selectie, plus concepten en axioma’s die door alle disciplines te hanteren zijn en bij de realiteit aansluiten, zoals die wordt  beschreven door de hedendaagse wetenschappelijke kennis op elk gebied. Wij hebben thans niet eens een operationele, paradoxvrije en algemeen aanvaardbare en aanvaarde definitie van democratie,  toch de spil van een rationele discussie over bovengenoemde  onderwerpen en over b.v. onze relatie met de Islam. De beste kandidaat daarvoor is een ‘zuivere’ sociaal-contract theorie die uitgaat van de huidige kennis en praktijk van het contractwezen. Zoals elders (*) aangetoond, komt deze tegemoet aan de bezwaren die tegen de klassieke contracttheorie zijn ingebracht en die allen zijn terug te voeren tot het feit dat men uitgaat van een theorie zoals die  meer dan twee eeuwen geleden is geformuleerd door John Locke.

Voor niets gaat de zon op. Pas als de sociale wetenschap en filosofie hun verantwoordelijkheid nemen ontstaat er een reële kans dat wij enige greep krijgen op het laatste gebied waarop wij nog geen vat hebben, de mens als sociaal wezen, en dat wij onze democratie een solide fundament kunnen geven. Dat vereist een platform voor een echte, resultaatgerichte en democratische discussie op basis van bovengenoemde eisen. De huidige publieke discussies zijn voornamelijk veredeld brainstorming, een overzicht van – op onduidelijke en soms ondeugdelijke criteria geselecteerde – opvattingen zonder enige poging tot synthese en zonder dat de gebruiker zich een verantwoordelijk oordeel kan vormen over hun geldigheid.

*) The Conceptual Foundations of Decision-making in a Democracy. ISBN 90-5613-072-2

Peter Pappenheim is econoom en besliskundige.